De laatste update staat hier, voor alle updates, zie "Updates & Laatste Nieuws"

 

 

Update 22 juli 2016

 

 

 

Op deze website treft u een geactualiseerd model-bezwaarschrift aan. Dit naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen in de rechtspraak.

 

 

 

 

Update 19 juli 2016

 
Van verschillende kanten krijg ik te horen, dat met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 juli jl. de strijd tegen het AOW-gat is verloren. Geheel ten onrechte. Ik leg hieronder de status quo uit en geef wat aanwijzingen hoe op dit moment verder te handelen. 

 

In de 5 zaken waarin ik als gemachtigde ben opgetreden, heeft de CRvB -kort samengevat en vrij vertaald- gezegd, dat die betrokkenen niet nu de nieuwe AOW-leeftijd kunnen aanvechten, maar straks. "Straks" wil zeggen bij de ontvangst van het toekenningsbesluit (of de afwijzing daarvan), dat gaat over de toewijzing van het feitelijke recht op AOW-uitkering. Een pensioenoverzicht is dus niet langer een document, dat een rechtsingang vormt om stelling te kunnen nemen tegen de nieuwe AOW-gerechtigde datum. 

 

De grote doorbraak in de procedures zit hem in het oordeel van de CRvB, dat de tot dusverre opgebouwde AOW-verzekeringstijdvakken eigendomsrechten vormen, waarop de overheid niet altijd inbreuk kan maken. De regering en in het voetspoor de Sociale Verzekeringsbank (Svb) hebben het bestaan van die eigendomsrechten stelselmatig ontkend. Zie bijvoorbeeld de Memorie van Toelichting bij de Wet van 12 juli 2012 (Tweede Kamer, 2011-2012, 33290, nr. 3, blz. 11). Ook de CRvB heeft het antwoord op de vraag of AOW-opbouwjaren als eigendomsrechten zijn te kwalificeren, steeds in het midden gelaten. De door mij in de procedures voorgedragen metafoor over de zegeltjesspaarkaart heeft dus duidelijk effect gesorteerd. In die procedures is dus een hoge hobbel volledig gladgestreken door de rechter. Dat is juridisch gesproken van zeer groot belang. De grote verliezers in deze zijn dus niet de 5 betrokkenen, maar de Nederlandse Staat en in het verlengde daarvan de Svb. Voor 4 van de 5 betrokkenen (één heeft inmiddels de leeftijd van 65 jaar bereikt) betekent het echter wel, dat hun financiële toekomstperspectief nog lange tijd onduidelijk blijft. Maar zij behouden wel de kans om de nieuwe AOW-leeftijd aan te vechten na ontvangst van het AOW-toekenningsbesluit. 

 

Wat betekent dat voor de huidige praktijk? 

 

Op dit moment is de duur van het AOW-gat 9 maanden en zal oplopen tot (nu nog) 24 maanden. Ongeveer 6 maanden voor het bereiken van de nieuwe AOW-leeftijd worden betrokkenen door de Svb er op gewezen een aanvraag te doen. Na ontvangst van het toekenningsbesluit kan dan tegen de nieuwe AOW-datum bezwaar worden gemaakt met het argument dat eigendomsrechten zijn ontnomen, te weten de opbouwperiode tussen de 15e verjaardag en de nieuwe aanvangsleeftijd van de AOW-opbouwperiode. Die periode bedraagt net zoveel maanden als het aantal maanden van verschuiving van de AOW-gerechtigde leeftijd vanaf 65 jaar. Op dit moment dus 9 maanden. Kans van slagen heeft alleen de betrokkene die kan aantonen dat de verschuiving van de AOW-leeftijd voor hem of haar een onevenredig zware (financiële) last zal opleveren. De Svb zal volgens de uitspraken van 18 juli jl. daartoe een deugdelijk individueel feitenonderzoek moeten doen. Het bezwaar kan dus nooit worden afgedaan met de simpele mededeling dat in de wet staat dat u later dan bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd pas AOW-pensioen kunt ontvangen. Voor hen, die reeds bezwaar bij de Svb aanhangig hebben gemaakt en die nog niet zijn afgedaan, zal de Svb nader feitenonderzoek moeten doen alvorens tot zorgvuldige besluitvorming te kunnen komen. 

 

Wanneer kunt u zelfstandig om een toekenningsbesluit verzoeken, d.w.z. nog vóórdat de Svb u daartoe uitnodigt? 

 

Zeer wel mogelijk is dat u 6 maanden vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar aan de Svb het verzoek kunt doen om de AOW-uitkering bij het bereiken van 65-jarige leeftijd toe te kennen.Toon bij dat verzoek aan dat latere toekenning dan bij 65 jaar aan u een onevenredig zware last oplegt. Het gaat in deze situatie dan immers om een actuele toets van de feiten en omstandigheden aan de hand waarvan de al dan niet bestaande onevenredig zware last kan worden beoordeeld. Ligt het toetsmoment rond de nieuwe AOW-leeftijdsdatum, dan werkt die weliswaar terug tot de 65ste verjaardag, maar dan heeft zich wellicht al veel (financiële) ellende voltrokken. Het is dus zaak om er op tijd bij te zijn. 

 

Wat zijn de toetsingscriteria bij de beoordeling van de al dan niet bestaande onevenredig zware last? 

 

Antwoord op die vraag is nog niet te geven. Die onevenredig zware last hoeft overigens niet per definitie te maken te hebben met de financiële positie. Andere factoren kunnen daarbij ook een rol spelen. Welke, dat zijn, zal zich nog moeten uitkristalliseren. De kans bestaat wellicht dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan wel de Svb met richtlijnen hierover komt. Uit de uitspraken van de CRvB m.b.t. het burgerpersoneel bij Defensie, zou zijn af te leiden dat de mogelijkheid van het naar voren halen van private pensioenaanspraken bij die toetsing geen rol zou mogen spelen. 

 

Fred ter Hennepe

Senior Jurist

e-mail:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

www.frederikjuristen.nl

 

 

 

Geachte bezoeker,

 

Hier kunt u nieuws omtrent de Stichting BeGAG en ontwikkelingen over het AOW-gat lezen, uw gedachten delen op het forum en documenten downloaden voor uw eigen administratie. Het belangrijkste om in de gaten te houden is " Het Laatste Nieuws". Hier doen wij melding van de laatste ontwikkelingen.

Wij van FREDERIK Juristen hopen dat u vaak langs komt.

  

Met vriendelijke groet,

 

 

Dries ter Hennepe                 Fred ter Hennepe

Business Development             Senior Jurist

                

                www.frederikjuristen.nl

                         hand

 

  • Er is door een van de donateurs van het eerste uur, Simon Manshanden, in het forum een duidelijke chronologie van de gebeurtenissen gepubliceerd. Deze willen wij u, met toestemming van Simon Manshanden, niet onthouden.

 

"Weet iedereen het nog?

In juni 2011 heeft het toenmalige kabinet met de werkgeversorganisaties en vakbonden, verenigd in de Stichting van de Arbeid, overeenstemming bereikt over de toekomst van onder andere het pensioenstelsel.

Eén van de afspraken in dit akkoord was dat de pensioen- en AOW leeftijd van 65 jaar in 2020 wettelijk zou worden verhoogd naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar.

Dit akkoord was echter geen lang leven beschoren want eind april 2012 was daar plotseling het Kunduzakkoord, het akkoord waarbij de afspraak van juni 2011 om zeep werd geholpen. Er is in dit akkoord onder andere een snellere verhoging van de AOW-leeftijd afgesproken.

Vervolgens kwam er een nog snellere verhoging van de AOW-leeftijd uit de hoge hoed van de PvdA en de VVD in het Deelakkoord van 1 oktober 2012. Deze verhoging is echter nog niet door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd.

Naar aanleiding van het voorgaande is onze Stichting opgericht met het doel de belangen te behartigen van hen die worden gedupeerd door deze snellere verhoging(en) omdat zij niet hebben kunnen voorzien dat de ingangsdatum van hun AOW door die wijziging(en) niet samenvalt met de datum waarop zij de 65-jarige leeftijd bereiken.

Nu is er dan het sociaal akkoord. Daarin staat onder andere dat:
“Sociale partners vinden het van belang dat de voorgestelde tijdelijke overbruggingsregeling in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd moet worden verruimd. Voor samenwonenden is een grens gewenst van een gezinsinkomen van 300% WML en voor alleenstaanden van 200% WML in plaats van de voorgestelde 150% WML. Hiermee wordt gekomen tot een evenwichtigere behandeling van samenwonenden versus alleenstaanden. Voorts moet worden gekomen tot een natuurlijk einde van de regeling. De regeling stopt niet eind 2018 met het oog op de kleine groep met functioneel leeftijdsontslag die na die tijd nog instroomt in de AOW.”

Over dit akkoord (waarin afspraken zijn gemaakt over de arbeidsmarkt, pensioenen, flexibele contracten en arbeidsgehandicapten) heeft de heer Asscher gezegd: ”Dat zijn afspraken voor de komende tien jaar. Die zitten wat mij betreft in beton, nou en of.”

Afgelopen zondag was de heer Zijlstra (fractievoorzitter van de VVD) als gast bij Eva Jinek op Zondag. Hij heeft echter gezegd te verwachten dat de miljardenbezuinigingen die zijn uitgesteld in september waarschijnlijk alsnog doorgaan. Hij zei daarover: "Ik wil niet de indruk wekken dat er in september niks gaat gebeuren". Verder vindt hij het een beetje een gekke constructie dat in het sociaal akkoord tussen werkgevers, werknemers en kabinet is afgesproken dat de extra bezuinigingen van 4,3 miljard om het begrotingstekort terug te dringen voorlopig van de baan zijn. Hij wees er verder op dat de bezuinigingen alsnog doorgaan als de economie niet aantrekt (en daar is hij sceptisch over). Hij zei: "In augustus ligt dat pakket gewoon weer op tafel. Het zou heel knap zijn als wij een flink tekort op de begroting in een paar maanden tijd nog weten in te lopen." Hij gaf aan dit nu alvast te zeggen om te voorkomen dat de miljardenbezuinigingen op Prinsjesdag als een “konijn uit de hoge hoed” komen.

Wie houdt nu wie voor de gek en wie is er nu nog te vertrouwen?

Als ik dit zo lees en hoor dan heb ik het gevoel dat er een zwaard van Damocles boven ons hoofd blijft hangen.

De vraag die nu ook rijst is of de vakbonden hun lesje niet hebben geleerd toen bleek hoe fragiel afspraken (onder andere de afspraken in het Pensioenakkoord) zijn die je met een Kabinet hebt gemaakt. Er hoeft maar even een andere politieke wind te waaien of er wordt een tijdelijke “coalitie” (denk aan de Kunduzcoalitie) gevormd en afspraken of akkoorden worden naar de prullenmand verwezen.

Ik heb dan ook zo mijn twijfels over de rol van de vakbonden bij het tot stand komen van het sociaal akkoord in relatie tot de rol van de vakbonden bij de procedure tegen de Staat!

Feitelijk hebben wij gedupeerden recht op herstel van onze AOW-leeftijd van 65 jaar (even zo zeer voor onze eventuele partners). Op het moment dat wij, al dan niet verplicht, met een vorm van vroegpensioen gingen was die leeftijd immers 65 jaar. Wij zullen allen (samen met de eventuele partner) naar het financiële plaatje hebben gekeken bij de beoordeling of met vroegpensioen gaan haalbaar zou zijn. Een zeer belangrijk, zo niet essentieel, onderdeel van dit financiële plaatje was het tijdstip waarop de AOW-uitkering zou ingaan voor belanghebbende en de eventuele partner. Dat was het moment waarop de 65 jarige leeftijd zou worden bereikt!

Overgangs-, compensatie- of voorschotregelingen zijn lapmiddelen waarbij er altijd slachtoffers zullen blijven en die, afhankelijk van de aard van de regeling, zijn aan te merken als een ”sigaar uit eigen doos”.

Herstel van de AOW-leeftijd van 65 jaar is voor de SVB administratief ook vele malen makkelijker uit te voeren dan de uitvoering van overgangs-, compensatie- of voorschotregelingen waarbij de hoogte van het inkomen en het vermogen eventueel ook een rol spelen.

Ik hoop dan ook van harte dat de Stichting zich zal blijven inzetten voor het herstel van onze 65-jarige AOW-leeftijd!"