Print onderstaand document uit en vul in! (knop rechts)

 

BEZWAARSCHRIFT

Geachte mevrouw, mijnheer,

Ondergetekende, de heer/mevrouw  . . . (voorletters en naam). . ., wonende te  . . . (postcode en woonplaats) . . . , . . . (adres) . . . , . . . (BSN). . . , komt hierbij in bezwaar tegen het besluit d.d. . . . (datum) . .van de Sociale Verzekeringsbank, vestiging . . . (plaats vestiging SVB-kantoor) . . . .

Bij dat besluit wordt aan ondergetekende uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend met ingang van . . . (datum) . . .Ondergetekende bestrijdt de rechtsgeldigheid van de aan dit besluit ten grondslag gelegde wettelijke bepalingen op hierna te melden gronden.

De in het besluit neergelegde ingangsdatum van ondergetekendes AOW-uitkering is ontleend aan de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd van 12 juli 2012, Staatsblad 328, bij welke wet artikel 7a aan de Algemene Ouderdomswet is toegevoegd, en de Wet van 4 juni 2015, Staatsblad 218. Voor ondergetekende betekent dit, dat zijn AOW-gerechtigde leeftijd wordt verhoogd met  . . . . (9, 12, 16, 20, 24) maanden. Tegelijkertijd is de aanvangsleeftijd van de pensioenopbouw verschoven vanaf de 15e verjaardag met hetzelfde aantal maanden als de AOW-uitkering later wordt toegekend dan bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. 

Ondergetekende is evenwel van oordeel dat aan hem/haar (doorhalen wat niet van toepassing is) met ingang van . . . (datum 65ste verjaardag) . . . een AOW-uitkering behoort te worden toegekend. Ondergetekende doet dat oordeel voornamelijk steunen op de strijdigheid van het huidige artikel 7a AOW met artikel 1, Eerste Protocol, van het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Met de verschuiving van de aanvangsleeftijd in de AOW-verzekeringsopbouw is inbreuk gemaakt op het ongestoorde genot van een eigendomsrecht. De Centrale Raad van Beroep heeft dat op 18 juli 2016 in een aantal uitspraken bevestigd. Ondergetekende ondervindt hierdoor een onevenredige zware last. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 94 van de Grondwet, zal dientengevolge artikel 7a van de huidige AOW in het geval van ondergetekende moeten wijken. 

Ondergetekende behoudt zich het recht voor nadere gronden tegen het bestreden besluit in te brengen. 

Ondergetekende verzoekt u vooralsnog zijn/haar (doorhalen wat niet van toepassing is) bezwaar gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen. 

Ondergetekende wenst wel/niet (doorhalen wat niet van toepassing is) op zijn/haar bezwaar te worden gehoord.

Ondergetekende ziet tot besluit graag een bevestiging van ontvangst van dit bezwaarschrift tegemoet.

Hoogachtend,

(handtekening)